De tierclassificatie van een datacenter beschrijft hoe de fysieke infrastructuur is ontworpen voor beschikbaarheid, onderhoud en storingsbestendigheid. Het Uptime Institute onderscheidt vier niveaus: Tier I tot en met Tier IV. Naarmate het tierniveau stijgt, nemen doorgaans de redundantie, betrouwbaarheid en fouttolerantie toe. Daar staan wel meer technische complexiteit en hogere investeringen tegenover.
In dit artikel lees je wat de tier-classificatie van een datacenter betekent en welk niveau bij welk type organisatie past. Voor organisaties is vooral het verschil tussen Tier III en Tier IV belangrijk. Tier III maakt gepland onderhoud mogelijk zonder dat IT-operaties hoeven te worden onderbroken. Tier IV gaat verder en is ontworpen om een afzonderlijke ongeplande storing op te vangen zonder impact op de kritieke IT-belasting.
Wat is een tier datacenter?
De tierclassificatie van een datacenter omschrijft een gestandaardiseerd classificatiesysteem voor datacentra. Het schetst de verschillende tiers van veerkracht van de IT-infrastructuur en fouttolerantie die datacenters bieden.
Elk niveau vertegenwoordigt een progressieve stap in redundantie. Variërend van het basisniveau (Niveau I) tot geavanceerde niveau (Niveau IV).
Inzicht in datacenterniveaus en datacentertypen is belangrijk voor bedrijven die op zoek zijn naar de optimale IT-infrastructuur om te voldoen aan de specifieke behoeften.
De vier Uptime Institute datacentertiers, met een vergelijkingstabel
Uptime Institute is een wereldwijde autoriteit op het gebied van datacenter infrastructuur, datacenterprestaties en datacenterbetrouwbaarheid. Het heeft een classificatiesysteem met vier niveaus opgesteld:
- Niveau I: Het basisniveau biedt minimale redundantie en vertrouwt op “single points of failure”. Het resultaat: een gemiddelde uptime van 99,67%.
- Niveau II: Dit niveau biedt extra redundantie voor kritieke systemen, zoals stroom en koeling. Hierdoor verbetert de uptime tot 99,74%.
- Niveau III: Dit niveau focust op fouttolerantie. Het maakt gelijktijdig onderhoud mogelijk, zonder dat het de serverwerking beïnvloedt. Dit wordt bereikt door parallelle stroom- en koelpaden. Hierdoor wordt een uptime van 99,982% bereikt.
- Niveau IV: Dit niveau staat garant voor de optimale betrouwbaarheid in datacenters. Met volledige redundantie en foutisolatie in alle IT-infrastructuurcomponenten. Dit resulteert in een uitzonderlijke uptime van 99.995%.
Door het zorgvuldig evalueren van factoren zoals de bedrijfskritische factor, financiële beperkingen en operationele vereisten, zijn organisaties zo in staat het juiste datacenterniveau te kiezen, dat past bij hun specifieke IT-strategieën en risicotolerantie. Investeren in de juiste datacenterinfrastructuur garandeert de beschikbaarheid, beveiliging en datacenterprestaties van kritieke datagegevens en applicaties. Hierdoor kunnen bedrijven blijven groeien in een datagedreven economie.
Wat bepaalt een tier datacenter: de zes ontwerpelementen
De standaard datacentertypen voor datacenters van het Uptime Institute beoordeelt datacenters op basis van zes centrale designelementen:
- Beschikbaarheid: Het vermogen om continu operationeel te blijven.
- Capaciteit: Het vermogen om de vereiste IT-werkbelasting te ondersteunen.
- Fouttolerantie: De mogelijkheid om storingen te weerstaan en ervan te herstellen.
- Locatie-infrastructuur: De fysieke kenmerken van de locatie van het datacenter.
- Locatiebeheer: De processen en procedures voor het beheren van de datacenteromgeving.
- Compliance: De naleving van industriestandaarden en regelgeving.
Tier I tot en met IV in detail
Wat is een Niveau I datacenter?
Het niveau I datacenter is de meest eenvoudige en kostenbesparende optie voor datacentra. Dit basisniveau biedt minimale redundantie en vertrouwt op “single points of failure”. Het is geschikt voor niet bedrijfskritische applicaties, die af en toe wat downtime kunnen verdragen.
Wat is een Niveau II datacenter?
Het niveau II datacenter biedt extra redundantie voor kritieke systemen, zoals stroom en koeling. Dit vergroot de betrouwbaarheid en verminderd downtime. Het is geschikt voor organisaties met gemiddelde datagegevensvereisten en behoefte aan een verbeterde uptime.
Wat is een Niveau III datacenter?
Het Niveau III datacenter focust op geringe fouttolerantie. Hierdoor wordtr gelijktijdig datacenteronderhoud mogelijk, zonder dat het de bedrijfsvoering verstoort. Het is ideaal voor organisaties met applicaties, die hoge beschikbaarheid een een lage downtime tolerantie hebben.
Wat is een Niveau IV datacenter?
Het Niveau IV datacenter staat garant voor de optimale betrouwbaarheid in datacenters. Met volledige redundantie en foutisolatie in alle IT-infrastructuurcomponenten. Dit type datacenter is ontworpen voor het uitvoeren van bedrijfskritieke applicaties, die het hoogste niveau van uptime vereisen en waarbij fouten niet getolereerd worden.
De discussie over een mogelijk Tier V
Bestaat een Niveau V datacenter?
Hoewel het Uptime Institute officieel vier niveaus voor datacenters erkent, zijn er discussies over een mogelijke Niveau V, voor faciliteiten die de huidige Niveau IV kwaliteitsstandaarden overtreffen. Dit hypothetische Niveau V datacenter bevat geavanceerde technologieën. Met vloeistofkoeling en zelfherstellende systemen, probeert dit type datacenter de maximale uptime en betrouwbaarheid te bereiken.
Welk tier past bij welk type organisatie?
De keuze van het datacenterniveau hangt af van verschillende factoren:
- kritieke karakter van de bedrijfsdatagegevens
- financiële overwegingen
- operationele behoeften
Bedrijven met zeer gevoelige of bedrijfskritische gegevens hebben doorgaans het meest profijt van Niveau IV datacenter of zelfs het “mogelijke” Niveau V datacenter-faciliteiten. Alleen zo wordt minimale downtime gegarandeert. Voor organisaties met minder strenge dataprestatie eisen en de focus op kostenbesparing, zijn Niveau I datacenter en Niveau II datacenter geschikter.